|
|
|
|
 |
Bij een borstvergroting wordt de bestaande borst van binnenuit vergroot door het toevoegen van een prothese. Een borstvergroting wordt meestal toegepast wanneer een vrouw vollere, grotere borsten wil. Daarnaast kan een borstvergroting uitstekend worden toegepast om borstweefsel, dat als gevolg van zwangerschap, vermagering of veroudering verloren is gegaan, te vervangen. Ook kan het worden toegepast bij slappe of licht hangende borsten, die door wat extra vulling weer steviger zullen worden.
Een borstvergroting of een borstlift
Wanneer de borsten te veel zijn uitgezakt en nog meer zijn gaan hangen kan de vorm alleen door middel van een borstlift worden verbeterd. Daarna kan indien gewenst alsnog een borstvergroting met een siliconenimplantaat plaatsvinden. Het effect van een borstvergroting is blijvend en borstonderzoek blijft mogelijk. Dit geldt zowel voor een ronde als voor een druppelvormige (anatomische) prothese. |
|
|
|
| top van de pagina |
|
Borstvergroting vindt plaats onder algehele anesthesie. De
prothese wordt ingebracht via een klein sneetje van circa 5 cm in de
huid en geplaatst achter de borstklier en voor of achter de borstspier.
Het littekentje is in staande houding onzichtbaar omdat het in de plooi
onder de borst valt. In liggende houding kan het littekentje de eerste
maanden wel iets te zien zijn, maar daarna is het bij normale
littekenvorming nagenoeg onzichtbaar.
|
|
| top van de pagina |
De resultaten van een borstvergroting zijn bijna altijd tot
volle tevredenheid van onze cliënten. Zoals bij elke operatie kan er
ook bij een borstvergroting een infectie of nabloeding optreden, maar
ernstige complicaties doen zich slechts zeer zelden voor. Daarnaast kan
bij een borstvergroting het risico van overmatige kapselvorming
(kapselcontractie) niet helemaal worden uitgesloten.
Over het algemeen zijn er na een borstvergroting wat blauwe plekjes op de borsten te zien. Ook is het volkomen normaal dat de
borsten gezwollen zijn. Het komt vaak voor dat één van de twee borsten
wat meer gezwollen of wat meer pijnlijk is. Dit kan gemiddeld twee
weken aanhouden maar incidenteel kan ook een maand of langer duren. Het
menselijk lichaam is altijd enigszins asymmetrisch. Bij een
borstvergrotende operatie wordt er naar gestreefd om deze asymmetrie
zoveel als maar mogelijk is op te heffen. Dit lukt soms volledig, soms
ten dele. Elke operatie laat een litteken na. Bij een borstvergrotende
operatie dient het litteken echter zo klein mogelijk gemaakt te worden
op een vrijwel onzichtbare plek.
Bij Mediconsult hechten wij veel belang aan het uiteindelijke
litteken. U mag er dan ook van uitgaan dat als het litteken genezen is,
het vrijwel onzichtbaar is geworden. Tijdens de operatie worden de
zenuwen die het gevoel van de huid regulieren altijd enigszins
beschadigd door de incisie die gemaakt wordt. Dat kan tijdelijke
veranderingen zoals gevoeligheid of gevoelloosheid van de borsten
teweeg brengen. Alhoewel infectie sporadisch voorkomt blijft dit een
klein risico. Preventief wordt daarom over het algemeen tijdens de
operatie een antibioticum via het infuus toegedient. Sommige patiënten
ondervinden weinig last na de operatie. Andere patiënten kunnen de
eerste dagen na de operatie enige pijn voelen. Eventuele pijn kan met
een pijnstiller echter goed bestreden worden. Meestal verdwijnt de pijn
spontaan na een paar dagen.
Bij ongeveer 2 procent van de patiënten kan er na de operatie een
wat serieuzere complicatie ontstaan. Daaronder wordt met name het
samentrekken van het kapsel rondom de prothese, de zogenoemde
kapselcontractuur verstaan. Een zeldzame complicatie is die van een
verharding of een bloedprop (Flebothrombosis) in een bloedvat wat vanaf
het oppervlak van de borst naar binnen gaat. Deze complicatie wordt ook
wel de ziekte van Mondor genoemd. |
|
| top van de pagina |
Voor borstvergroting zijn verschillende soorten prothesen beschikbaar. De meest gebruikte soort is de siliconen-gel prothese, een zacht siliconenzakje gevuld met een dikke siliconen-gel. Deze prothese geeft een mooi resultaat omdat de vervormbaarheid en de veerkracht overeenkomen met die van natuurlijk borstweefsel. De siliconen-gel prothese kent geen allergische reacties en biedt geen verhoogde kans op borstkanker. Ondanks negatieve berichten in de media is er geen enkele reden om aan te nemen dat de siliconen-gel prothese onveilig is. In de meest recente onderzoekspublicaties komt dit type prothese juist als uiterst betrouwbaar uit de bus. Op de prothesen die MediConsult gebruikt geeft de fabrikant een garantie van 25 jaar tot levenslang (afhankelijk van de soort prothese). De prothesen staan onder controle van de F.D.A. (American Food and Drugs Administration) en behoren tot de beste implantaten die momenteel beschikbaar zijn. Uiteraard houden onze chirurgen de wetenschappelijke publicaties over siliconen-gel borstprothesen (o.a kans op lekkage) nauwkeurig bij, zodat zij hun cliënten altijd tijdig kunnen informeren over eventuele van belang zijnde nieuwe gegevens. Naast de ronde siliconenprothese bestaat er ook een anatomische siliconenprothese. Deze anatomisch gevormde prothese is peervormig en wat minder soepel dan de ronde prothese. Hierdoor kan het bij slanke vrouwen voorkomen dat de borst wat stugger aanvoelt dan na het gebruik van een ronde prothese.
Zoutwaterprothesen hebben het nadeel dat ze veel harder en minder vervormbaar zijn dan siliconenprothesen. Hierdoor kan een minder natuurlijk resultaat ontstaan en kan de prothese in sommige gevallen gevoeld worden. Ook kan het voorkomen dat het ventiel na verloop van tijd niet meer optimaal werkt, waardoor lekkage van zoutwater ontstaat. Het zoutwater kan in het lichaam geen kwaad, maar door de lekkage kunnen de borsten wel asymmetrisch worden. In verband met deze nadelen plaatst MediConsult geen zoutwaterprothesen meer. |
|
| top van de pagina |
Patiënten die siliconen prothesen hebben vragen zich vaak af of
er nu werkelijk beschadigingen aan de prothesen kunnen ontstaan. Het
belangrijkste waar men rekening mee moet houden is de leeftijd van de
prothese. Des te ouder de prothese des te groter de kans op lekkages
aan de prothese. Sommige studies uit het verleden hebben aangetoond dat
er een vergrote kans is op lekkage van prothesen die 15 jaar of ouder
zijn. Overigens zijn deze onderzoeken verricht op de oudere types
prothesen. Op de prothesen die bij Mediconsult gebruikt worden geeft de
fabrikant afhankelijk van de soort prothese 25 jaar of een levenslange
garantie op lekkage en breuk.
Opmerkelijk is dat ongelukken zoals hard stoten of trauma na
bijvoorbeeld een verkeersongeluk vrijwel nooit tot gevolg heeft dat de
prothese kapot gaat. Of er enig verband is tussen lekkage en
kapselvorming is tot op heden niet duidelijk. Er is geen absolute test
om te bepalen of er sprake is van een beschadigde prothese, maar in
geval van het vermoeden op een lekkages is een MRI Scan over het
algemeen betrouwbaar. Eventuele beschadigen aan de prothese houden geen
verband met de locatie van de prothese (plaatsing boven of onder de
Pectoralis spier). |
|
| top van de pagina |
Op zich is kapselvorming een natuurlijke reactie van het
lichaam op lichaamsvreemd materiaal: na het inbrengen van een prothese
omringt het lichaam deze met een vliesdun laagje littekenachtig
bindweefsel, kapsel genoemd. Bij sommige vrouwen stopt het lichaam niet
met het maken van dit kapsel en wordt het dikker en gaat samentrekken.
Dit wordt kapselcontractie genoemd. Het kapsel kan de prothese soms zo
inklemmen dat ze hard wordt en vervormt. Het kapsel om de prothese
wordt daardoor voelbaar en soms zelfs zichtbaar. Statistisch gezien
heeft ongeveer vijf procent van de geopereerde vrouwen in meer of
mindere mate kans op overmatige kapselvorming. Zelfs bij één en
dezelfde vrouw kan er verschil zijn tussen kapselvorming in de rechter-
en linkerborst. Als overmatige kapselvorming optreedt, gebeurt dit
doorgaans binnen drie maanden tot een jaar na de operatie, maar ook
daarna blijft er nog een kans op verharding bestaan. De kapselvorming
kan variëren van een lichte, niet hinderlijke vorm (graad I) tot
ernstigere vormen met verhoogde gevoeligheid en een zichtbaar harder
geworden kapsel (graad III of IV).
Tot op heden is het mechanisme dat overmatige kapselvorming in
werking zet onbekend. Wel staat vast dat de kans op kapselvorming
groter is bij prothesen met een glad oppervlak die geplaatst worden
boven de pectoralisspier. Bij MediConsult gebruiken we daarom alleen
prothesen met een getextureerd (geruwd) oppervlak. Indien een ruwe
prothese boven de borstspier wordt geplaatst, via een incisie onder de
borst, is de chirurg in staat om kleine bloedingen te voorkomen.
Hierdoor wordt de kans op kapselvorming sterk gereduceerd. Bij
Mediconsult ligt het percentage van overmatige kapselvorming al enige
jaren op ongeveer 2%. In de meeste gevallen treedt overmatige
kapselvorming binnen zes maanden na de operatie op. Incidenteel kan het
ook nog later voorkomen, bijvoorbeeld na 5 jaar. Bij een duidelijk
voelbare en hinderlijke vorm van kapsel kan het bindweefsel door middel
van een operatie worden verwijderd. Wanneer binnen vijf jaar na de
borstvergroting overmatige kapselvorming (graad III of IV) ontstaat zal
MediConsult onder garantie het overmatige kapsel middels een
operatie verwijderen. Deze garantie geldt eenmalig. Met uitzondering
van een eventueel nieuw te plaatsen prothese (kans < 1%) brengt dit
dus geen extra kosten met zich mee. |
|
| top van de pagina |
Na een borstvergroting ontwikkelt er zich een laagje weefsel
rondom de prothese. Dit vlies wordt een kapsel genoemd. Dit vlies kan
na verloop van tijd te dik worden en daardoor samen gaan trekken
waardoor er een abnormale vorm ontstaat wat tevens het model van de
borst kan beïnvloeden. Kapselvorming komt veel minder voor bij de
nieuwe prothesen die een ruw oppervlak hebben. Wereldwijd komt bij
ongeveer 5% van de patiënten een overmatige vorming van kapsel voor.
Maar bij de meeste patiënten zal het niet nodig zijn om een
kapselcorrectie uit te voeren. Bij Mediconsult ligt het percentage
overmatige kapselvorming al enige jaren ongeveer op 2%.
Bij de moderne, ruwwandige, prothese gaat het meestal om de lichte
graad (Baker klasse II). Wanneer de patiënte zich hieraan stoort,
volstaat een kleine chirurgische heringreep. Hierbij wordt het kapsel
circulair ingesneden en wordt de voorzijde van het kapsel straalsgewijs
ingesneden. Hierdoor krijgt de prothese opnieuw ruimte. Deze ingreep
heet een capsulotomie. De prothese kan onmiddellijk worden
heringebracht. Heel zelden - bij ernstige kapselvorming - zal de
chirurg besluiten tot een capsulectomie, d.w.z. het volledig
verwijderen van het kapsel. |
|
| top van de pagina |
De eerste dagen na de operatie zult u het gevoel van zware spierpijn in de borstspier hebben, waardoor bewegingen van de armen
gevoelig kunnen zijn. Dit neemt uiteraard vanzelf af. Soms worden voor
de eerste dagen na de operatie drains in de wonden achtergelaten. Dit
zijn dunne plastic slangetjes met aan het uiteinde een flesje, die
ervoor zorgen dat het wondvocht wordt afgezogen. In de eerste weken na
de operatie kunnen de borsten door wondvocht en bloeduitstortingen
extra gespannen zijn en kan de binnenzijde van de bovenarm wat 'doof '
aanvoelen. De hechtingen worden na ongeveer zeven dagen verwijderd of
lossen vanzelf op. Om de borstspier de nodige rust te gunnen en de kans
op verschuiving van en irritatie rondom de prothese te minimaliseren,
adviseren we u gedurende zes weken na de operatie:
|
niet zwaar te tillen
geen sporten zoals tennis, zwemmen, aerobics, bodybuilding etc. te beoefenen
niet op de buik te slapen
dag en nacht een stevige elastische (sport-)BH te dragen | |
|
| top van de pagina |
Tijdens een consult moet goed worden besproken waar de prothese geplaatst wordt. Er bestaan twee mogelijkheden: onder het klierweefsel van de borst, op de pectoralis spier of onder de pectoralis spier. Geen van deze twee methoden kan gezien worden als de perfecte benadering. Op individuele basis moet goed overwogen en doorgesproken worden wat de juiste methode is voor de betreffende patiënt.
De pectoralis spier is een grote bijna driehoekige spier die kruislings over de borst loopt met een hechtpunt aan de schouder en een hechtpunt aan het borstbeen. De vroegere borstvergrotingen werden bijna standaard uitgevoerd door plaatsing van de prothesen onder het klierweefsel van de borst en boven de pectoralis spier. Dit leverde over het algemeen een fraai resultaat op. Maar helaas, bij vele patiënten, ongeveer 25%, ontstond overtollige kapselvorming rondom de prothese. De plastisch chirurgen gingen op zoek naar een oplossing om het percentage van overtollige kapselvorming te reduceren. In de jaren 70 begonnen chirurgen reconstructieve operaties uit te voeren bij vrouwen die borstkanker gehad hadden. Bij deze patiënten was er over het algemeen geen borstweefsel meer aanwezig, waardoor men genoodzaakt werd de prothese onder de pectoralis spier plaatsten. De ervaringen met deze operaties toonden aan dat na het plaatsen van een prothese onder de pectoralis spier de kans op overtollige kapselvorming duidelijk verminderd werd. Veel chirurgen besloten daardoor ook bij zuiver cosmetische operaties de prothesen onder de pectoralis spier te gaan plaatsen.
Door de jaren heen kwam men tot de conclusie dat ook de locatie onder de pectoralis spier niet geheel vrij van problemen was. Wanneer de pectoralis spier samentrekt, kan de vorm van de borst veranderen. Dit is vaak duidelijk te zien bij fitness oefeningen. Een ander probleem kan ontstaan doordat de prothese vastgehouden wordt door de pectoralis spier. Als, in de loop der jaren door veroudering, het klierweefsel van de borst wat naar beneden zakt, daalt de prothese niet mee. Het effect kan dan zijn dat er een dubbele borst (dubble bubble) ontstaat.
In de jaren 80 werden ruwe prothesen geïntroduceerd. De plastisch chirurgen ontdekten dat na gebruik van deze nieuwe, ruwe, prothese het percentage kapselvorming sterk gereduceerd werd. Omdat het plaatsen van de prothese op de borstspier in veel situaties een beter esthetisch resultaat oplevert werden de prothesen weer vaker boven de pectoralis spier geplaatst.
Er zijn diverse factoren waar men rekening mee moet houden moet worden bij de bepaling van de positie van de prothese. Van belang hierbij is de grootte van de prothese, de mogelijkheid van kapselvorming, een eventuele lichte mate van verslapping van de borst en de locatie van de incisie.
De keuze van de locatie moet afgestemd worden op de behoefte van de patiënt. Het komt soms voor dat chirurgen een duidelijke voorkeur hebben voor één van beide locaties. Simpelweg omdat zij bijvoorbeeld in één van beide technieken het meest ervaren zijn. Dit is niet altijd in het belang van de patiënt. Er zijn geen vaste regels op te noemen waardoor de patiënt kan bepalen of in haar situatie plaatsing vóór of achter de pectoralis spier te prevaleren is.
Globaal kan men echter als richtlijn nemen dat als er bijzonder weinig borst- vet- of klierweefsel aanwezig is, in combinatie met een uitgangssituatie van zeer kleine borsten, plaatsing onder de pectoralis spier een fraaier resultaat zal geven. Bij vrouwen die een vrij grote cupmaat wensen, een lichte mate van verslapping in de borsten hebben en bij vrouwen die graag sport beoefenen, is plaatsing boven de pectoralis spier over het algemeen de juiste oplossing. |
|
| top van de pagina |
Een infectie na een borstvergroting komt zelden voor maar als het
wel gebeurt kan dit vervelende complicaties met zich meebrengen.
Infectie treedt meestal binnen één tot twee maanden na de operatie op.
Complicaties, zoals microbacteriële infecties, kunnen zich zelfs na één
jaar of meer voordoen. Om een infectie te voorkomen geeft MediConsult
tijdens de operatie via het infuus een antibioticum. De kans op een
infectie is dan tot het minimum gereduceerd.
Het ontstaan van een infectie komt vaker voor na een bloeding of na
het ontwikkelen van hematoom. Een infectie treedt meestal maar in één
van de borsten op. De meest voorkomende infectie is die van de
staphylococcus aureus. De borst wordt dan meestal rood en gevoelig. Het
is ook mogelijk dat er pus uit de wond komt. De patiënt kan koorts
krijgen. De behandeling bestaat uit het tijdelijk verwijderen van de
prothese, waarna de pocket uitgewassen kan worden met antibiotica.
Wanneer de bacterie verdwenen is kan een nieuwe prothese in de
bestaande pocket ingebracht worden. Dit gebeurt meestal na drie
maanden. Als de prothese direct herplaatst wordt nadat de irritatie en
infectie verdwenen zijn, is de kans op een nieuwe infectie vrij groot.
Het is dan ook niet aan te bevelen om de prothese binnen 3 maanden na
het genezen van de infectie, te vervangen door een nieuwe prothese.
Niet elke infectie komt echter voort uit de staphylococcus aureus.
Staphylococcus aureus is een veel voorkomende bacterie die bijvoorbeeld
aanwezig kan zijn in de tepelkloven. Algemeen wordt aangenomen dat deze
bacterie een van de belangrijkste oorzaken is bij het ontstaan vaneen
infectie na een borstvergroting.
Wanneer de patiënt dezelfde klachten heeft maar daarbij geen pijn
voelt, kan men denken aan een bacterie pseudomonas. Deze bacterie kan
irritatie opwekken rondom de zenuwuiteinden.
Een andere zeldzame voorkomende bacterie is de mycobacterium
fortuitum. Deze bacterie veroorzaakt slechts roodheid rondom de
prothese. Over het algemeen zijn er weinig andere symptomen. De
patiënten hebben meestal geen koorts. Bij één op drie patiënten kan men
met wat pus aantreffen op de plaats waar de incisie plaats heeft
gevonden.
Bij vrijwel elke infectie is de behandeling gelijk. De prothese
dient verwijderd te worden om de infectie te kunnen laten genezen. Na 3
maanden kan een nieuwe prothese ingebracht worden. |
|
| top van de pagina |
|
De gewenste afmeting van de borsten is natuurlijk een kwestie van
persoonlijke smaak. Wel moet u er rekening mee houden dat
borstvergroting vooral de maat en in veel mindere mate de vorm van de
borsten beïnvloedt. Van tevoren bepaalt u samen met de chirurg welke
cupmaat de operatie moet opleveren. De chirurg houdt de proporties en
de harmonie van het totaalbeeld in het oog en zal u hierover adviseren.
De mate van borstvergroting is afhankelijk van verschillende factoren.
Zo kan de hoeveelheid ruimte, die onder de huid beschikbaar is, een
beperkende factor vormen. Een cliënte met weinig borstweefsel en een
fijne bouw zal zolang ze jong is nauwelijks loszittende of op te rekken
huid rond haar borsten hebben. In zo'n geval is in eerste instantie
slechts een beperkte borstvergroting mogelijk. Na zes maanden tot een
jaar is een verdere borstvergroting mogelijk. De huid en de zachte
weefsels rond de borsten hebben dan wat kunnen uitrekken, waardoor
grotere prothesen kunnen worden gebruikt.
|
|
|
|
 |
|
|
|
Bij de meeste ingrepen speelt de kwaliteit van de kliniek en chirurgen een prominente rol. Dit geldt ook voor een borstvergrotings-kliniek, maar daar komt de kwaliteit en keuzevrijheid van de borstprothesen nog eens bij. U wilt immers geen problemen met uw prothesen. En uw wilt natuurlijk een garantie. MediConsult is een borstvergrotings-kliniek met het meest brede en hoogwaardige assortiment prothesen tegen uitstekende prijzen. Hierdoor krijgt u altijd een eerlijk advies. | |
Lees verder | |
Ik ben bij MediConsult geopereerd. Mijn borstvergroting is goed verlopen. Ik was tevreden over de voor- en nazorg en de maat van mijn borsten is heel ok. De dag zelf verliep in ontspannen sfeer. Ik ben onlangs voor mijn controle geweest en gelukkig is alles goed. |
|