Mediconsult > Plastische Chirurgie > Lichaamsbehandelingen > Borstvergroting, dé specialist, al meer dan 25 jaar

Borstvergroting

Bij een borstvergroting wordt de bestaande borst van binnenuit vergroot door het inbrengen van een prothese. Een borstvergroting wordt meestal uitgevoerd wanneer een vrouw vollere, grotere borsten wil. Daarnaast kan een borstvergroting uitstekend worden toegepast om borstweefsel, dat als gevolg van zwangerschap, vermagering of veroudering verloren is gegaan, te vervangen. Ook kan het worden toegepast bij slappe of licht hangende borsten, die door wat extra vulling weer steviger zullen worden.

Borstvergroting voor      Borstvergroting

                                         Voor                                                                                              Na

Klik hier voor meer voor en na foto's van een borstvergroting

De borstvergroting

top van de pagina

Borstvergroting vindt plaats onder algehele anesthesie. De prothese wordt ingebracht via een klein sneetje van 4 - 5 cm in de huid en geplaatst achter de borstklier en voor of (gedeeltelijk) achter de borstspier. Het littekentje is in staande houding onzichtbaar omdat het nagenoeg in de plooi onder de borst valt. In liggende houding kan het littekentje de eerste maanden wel iets te zien zijn, maar daarna is het bij normale littekenvorming nagenoeg onzichtbaar.

Risico's en complicaties bij een borstvergroting

top van de pagina
De resultaten van een borstvergroting zijn bijna altijd tot volle tevredenheid van onze cliënten. Zoals bij elke operatie kan er ook bij een borstvergroting een infectie of nabloeding optreden, maar ernstige complicaties doen zich slechts zeer zelden voor. Daarnaast kan bij een borstvergroting het risico van overmatige kapselvorming (kapselcontractie) niet helemaal worden uitgesloten.

Over het algemeen zijn er na een borstvergroting wat blauwe plekjes op de borsten te zien. Ook is het volkomen normaal dat de borsten gezwollen zijn. Het komt vaak voor dat één van de twee borsten wat meer gezwollen of wat meer pijnlijk is. Dit kan gemiddeld twee weken aanhouden maar incidenteel kan ook een maand of langer duren. Het menselijk lichaam is altijd enigszins asymmetrisch. Bij een borstvergrotende operatie wordt er naar gestreefd om deze asymmetrie zoveel als maar mogelijk is op te heffen. Dit lukt soms volledig, soms ten dele. Elke operatie laat een litteken na. Bij een borstvergrotende operatie dient het litteken echter zo klein mogelijk gemaakt te worden op een vrijwel onzichtbare plek.

Bij Mediconsult hechten wij veel belang aan het uiteindelijke litteken. U mag er dan ook van uitgaan dat als het litteken genezen is, het vrijwel onzichtbaar is geworden. Tijdens de operatie worden de zenuwen die het gevoel van de huid regulieren altijd enigszins beschadigd door de incisie die gemaakt wordt. Dat kan tijdelijke veranderingen zoals gevoeligheid of gevoelloosheid van de borsten teweeg brengen.  Alhoewel infectie sporadisch voorkomt blijft dit een klein risico. Preventief wordt daarom over het algemeen tijdens de operatie een antibioticum via het infuus toegedient. Sommige patiënten ondervinden weinig last na de operatie. Andere patiënten kunnen de eerste dagen na de operatie enige pijn voelen. Eventuele pijn kan met een pijnstiller echter goed bestreden worden. Meestal verdwijnt de pijn spontaan na een paar dagen.

Bij ongeveer 2 procent van de patiënten kan er na de operatie een wat serieuzere complicatie ontstaan. Daaronder wordt met name het samentrekken van het kapsel rondom de prothese, de zogenoemde kapselcontractuur verstaan. Een zeldzame complicatie is die van een verharding of een bloedprop (Flebothrombosis) in een bloedvat wat vanaf het oppervlak van de borst naar binnen gaat. Deze complicatie wordt ook wel de ziekte van Mondor genoemd.

Soorten borstprothesen

top van de pagina

Voor borstvergroting zijn verschillende soorten prothesen beschikbaar. De meest gebruikte soort is de siliconen-gel prothese, een zacht siliconenzakje gevuld met een dikke siliconen-gel. Deze prothese geeft een mooi resultaat omdat de vervormbaarheid en de veerkracht overeenkomen met die van natuurlijk borstweefsel. De siliconen-gel prothese kent geen allergische reacties en biedt geen verhoogde kans op borstkanker. Ondanks negatieve berichten in de media is er geen enkele reden om aan te nemen dat de siliconen-gel prothese onveilig is. In de meest recente onderzoekspublicaties komt dit type prothese juist als uiterst betrouwbaar uit de bus. Op de prothesen die MediConsult gebruikt geeft de fabrikant een levenslange garantie. De prothesen staan onder controle van de F.D.A. (American Food and Drugs Administration) en behoren tot de beste implantaten die momenteel beschikbaar zijn. Toch adviseert MediConsult om na 10-15 jaar de protheses te laten onderzoeken d.m.v. een ECHO of (als het niet goed zichtbaar is) een MRI. Uiteraard houden onze chirurgen de wetenschappelijke publicaties over siliconen-gel borstprothesen (o.a kans op lekkage) nauwkeurig bij, zodat zij hun cliënten altijd tijdig kunnen informeren over eventuele van belang zijnde nieuwe gegevens. Naast de ronde siliconenprothese bestaat er ook een anatomische siliconenprothese. Deze anatomisch gevormde prothese is peervormig en wat minder soepel dan de ronde prothese. Hierdoor kan het bij slanke vrouwen voorkomen dat de borst wat stugger aanvoelt dan na het gebruik van een ronde prothese. 


Zoutwaterprothesen hebben het nadeel dat ze veel harder en minder vervormbaar zijn dan siliconenprothesen. Hierdoor kan een minder natuurlijk resultaat ontstaan en kan de prothese in sommige gevallen gevoeld worden. Ook kan het voorkomen dat het ventiel na verloop van tijd niet meer optimaal werkt, waardoor lekkage van zoutwater ontstaat. Het zoutwater kan in het lichaam geen kwaad, maar door de lekkage kunnen de borsten wel asymmetrisch worden. In verband met deze nadelen plaatst MediConsult geen zoutwaterprothesen meer.

Beschadigingen aan de prothese

top van de pagina
Patiënten die siliconen prothesen hebben vragen zich vaak af of er nu werkelijk beschadigingen aan de prothesen kunnen ontstaan. Het belangrijkste waar men rekening mee moet houden is de leeftijd van de prothese. Des te ouder de prothese des te groter de kans op lekkages aan de prothese. Sommige studies uit het verleden hebben aangetoond dat er een vergrote kans is op lekkage van prothesen die 15 jaar of ouder zijn. Overigens zijn deze onderzoeken verricht op de oudere types prothesen. Op de prothesen die bij Mediconsult gebruikt worden geeft de fabrikant afhankelijk van de soort prothese 25 jaar of een levenslange garantie op lekkage en breuk.

Opmerkelijk is dat ongelukken zoals hard stoten of trauma na bijvoorbeeld een verkeersongeluk vrijwel nooit tot gevolg heeft dat de prothese kapot gaat. Of er enig verband is tussen lekkage en kapselvorming is tot op heden niet duidelijk. Er is geen absolute test om te bepalen of er sprake is van een beschadigde prothese, maar in geval van het vermoeden op een lekkages is een MRI Scan over het algemeen betrouwbaar. Eventuele beschadigen aan de prothese houden geen verband met de locatie van de prothese (plaatsing boven of onder de Pectoralis spier).

Kapselvorming na borstvergroting

top van de pagina
Op zich is kapselvorming een natuurlijke reactie van het lichaam op lichaamsvreemd materiaal: na het inbrengen van een prothese omringt het lichaam deze met een vliesdun laagje littekenachtig bindweefsel, kapsel genoemd. Bij sommige vrouwen stopt het lichaam niet met het maken van dit kapsel en wordt het dikker en gaat samentrekken. Dit wordt kapselcontractie genoemd. Het kapsel kan de prothese soms zo inklemmen dat ze hard wordt en vervormt. Het kapsel om de prothese wordt daardoor voelbaar en soms zelfs zichtbaar. Statistisch gezien heeft ongeveer vijf procent van de geopereerde vrouwen in meer of mindere mate kans op overmatige kapselvorming. Zelfs bij één en dezelfde vrouw kan er verschil zijn tussen kapselvorming in de rechter- en linkerborst. Als overmatige kapselvorming optreedt, gebeurt dit doorgaans binnen drie maanden tot een jaar na de operatie, maar ook daarna blijft er nog een kans op verharding bestaan. De kapselvorming kan variëren van een lichte, niet hinderlijke vorm (graad I) tot ernstigere vormen met verhoogde gevoeligheid en een zichtbaar harder geworden kapsel (graad III of IV).

Tot op heden is het mechanisme dat overmatige kapselvorming in werking zet onbekend. Wel staat vast dat de kans op kapselvorming groter is bij prothesen met een glad oppervlak die geplaatst worden boven de pectoralisspier. Bij MediConsult gebruiken we daarom alleen prothesen met een getextureerd (geruwd) oppervlak. Indien een ruwe prothese boven de borstspier wordt geplaatst, via een incisie onder de borst, is de chirurg in staat om kleine bloedingen te voorkomen. Hierdoor wordt de kans op kapselvorming sterk gereduceerd. Bij Mediconsult ligt het percentage van overmatige kapselvorming al enige jaren op ongeveer 2%. In de meeste gevallen treedt overmatige kapselvorming binnen zes maanden na de operatie op. Incidenteel kan het ook nog later voorkomen. Bij een duidelijk voelbare en hinderlijke vorm van kapsel kan het bindweefsel door middel van een operatie worden verwijderd. Wanneer binnen een jaar na de borstvergroting overmatige kapselvorming (graad III of IV) ontstaat zal MediConsult onder garantie het overmatige kapsel middels een operatie verwijderen. Deze garantie geldt eenmalig. Met uitzondering van een eventueel nieuw te plaatsen prothese (kans < 1%) brengt dit dus geen extra kosten met zich mee.

Behandeling kapselvorming

top van de pagina
Na een borstvergroting ontwikkelt er zich een laagje weefsel rondom de prothese. Dit vlies wordt een kapsel genoemd. Dit vlies kan na verloop van tijd te dik worden en daardoor samen gaan trekken waardoor er een abnormale vorm ontstaat wat tevens het model van de borst kan beïnvloeden. Kapselvorming komt veel minder voor bij de nieuwe prothesen die een ruw oppervlak hebben. Wereldwijd komt bij ongeveer 5% van de patiënten een overmatige vorming van kapsel voor. Maar bij de meeste patiënten zal het niet nodig zijn om een kapselcorrectie uit te voeren. Bij Mediconsult ligt het percentage overmatige kapselvorming al enige jaren ongeveer op 2%.

Bij de moderne, ruwwandige, prothese gaat het meestal om de lichte graad (Baker klasse II). Wanneer de patiënte zich hieraan stoort, volstaat een kleine chirurgische heringreep. Hierbij wordt het kapsel circulair ingesneden en wordt de voorzijde van het kapsel straalsgewijs ingesneden. Hierdoor krijgt de prothese opnieuw ruimte. Deze ingreep heet een capsulotomie. De prothese kan onmiddellijk worden heringebracht. Heel zelden - bij ernstige kapselvorming - zal de chirurg besluiten tot een capsulectomie, d.w.z. het volledig verwijderen van het kapsel.

Na de borstvergroting

top van de pagina
De eerste dagen na de operatie zult u het gevoel van zware spierpijn in de borstspier hebben, waardoor bewegingen van de armen gevoelig kunnen zijn. Dit neemt uiteraard vanzelf af. Soms worden voor de eerste dagen na de operatie drains in de wonden achtergelaten. Dit zijn dunne plastic slangetjes met aan het uiteinde een flesje, die ervoor zorgen dat het wondvocht wordt afgezogen. In de eerste weken na de operatie kunnen de borsten door wondvocht en bloeduitstortingen extra gespannen zijn en kan de binnenzijde van de bovenarm wat 'doof ' aanvoelen. De hechtingen worden na ongeveer zeven dagen verwijderd of lossen vanzelf op. Om de borstspier de nodige rust te gunnen en de kans op verschuiving van en irritatie rondom de prothese te minimaliseren, adviseren we u gedurende zes weken na de operatie:
  • niet zwaar te tillen
  • geen sporten zoals tennis, zwemmen, aerobics, bodybuilding etc. te beoefenen
  • niet op de buik te slapen
  • dag en nacht een stevige elastische (sport-)BH te dragen
  • Voor of achter de borstspier of dual plane

    top van de pagina

    Tijdens een consult moet goed worden besproken waar de prothese geplaatst wordt. Er bestaan drie mogelijkheden:

    1. Plaatsing van de prothese onder het klierweefsel van de borst, op de pectoralis spier
    2. Plaatsing van de prothese onder de pectoralis spier.
    3. Plaatsing van de prothese gedeeltelijk onder de spier en gedeeltelijk erboven, dual plane genoemd.

    Geen van deze methoden kan gezien worden als de perfecte benadering. Op individuele basis moet goed overwogen en doorgesproken worden wat de juiste methode is voor de betreffende patiënt.

    De pectoralis spier is een grote bijna driehoekige spier die kruislings over de borst loopt met een hechtpunt aan de schouder en een hechtpunt aan het borstbeen. In het verleden werden borstvergrotingen bijna standaard uitgevoerd door plaatsing van de prothesen onder het klierweefsel van de borst en boven de pectoralis spier. Dit leverde over het algemeen een fraai resultaat op. Maar helaas, bij vele patiënten, ongeveer 25%, ontstond bij de toen gebruikte gladde prothesen overtollige kapselvorming rondom de prothese. De plastisch chirurgen gingen op zoek naar een oplossing om het percentage van overtollige kapselvorming te reduceren. In de jaren 70 begonnen chirurgen reconstructieve operaties uit te voeren bij vrouwen die borstkanker gehad hadden. Bij deze patiënten was er over het algemeen geen borstweefsel meer aanwezig, waardoor men genoodzaakt werd de prothese onder de pectoralis spier plaatsten. De ervaringen met deze operaties toonden aan dat na het plaatsen van een prothese onder de pectoralis spier de kans op overtollige kapselvorming duidelijk verminderd werd. Veel chirurgen besloten daardoor ook bij zuiver cosmetische operaties de prothesen onder de pectoralis spier te gaan plaatsen.

    Door de jaren heen kwam men tot de conclusie dat ook de locatie onder de pectoralis spier niet geheel vrij van problemen was. Wanneer de pectoralis spier samentrekt, kan de vorm van de borst veranderen. Dit is vaak duidelijk te zien bij fitnessoefeningen. Een ander probleem kan ontstaan doordat de prothese vastgehouden wordt door de pectoralis spier. Als, in de loop der jaren door veroudering, het klierweefsel van de borst wat naar beneden zakt, daalt de prothese niet mee. Het effect kan dan zijn dat er een dubbele borst (double bubble) ontstaat.

    In de jaren 80 werden ruwe prothesen geïntroduceerd. De plastisch chirurgen ontdekten dat na gebruik van deze nieuwe, ruwe, prothese het percentage kapselvorming sterk gereduceerd werd. Omdat het plaatsen van de prothese op de borstspier in veel situaties een beter esthetisch resultaat oplevert werden de prothesen weer vaker boven de pectoralis spier geplaatst.

    Zowel aan het plaatsen van de prothese op de spier als het plaatsen onder de spier zitten nadelen. De laatste jaren worden prothesen daarom vaak gedeeltelijk onder de spier en gedeeltelijk erboven geplaatst. Dit noemt men 'dual plane', vertaald: twee lagen. Op deze wijze worden de voordelen van de technieken gecombineerd en tegelijkertijd de nadelen verminderd.  Bij deze methode is de kans dat de prothese voelbaar of zichtbaar is onder de huid veel kleiner en beweegt de prothese niet bij het aanspannen van de borstspier. Dit is voornamelijk van belang bij dames die weinig eigen borstweefsel hebben waardoor de natuurlijke bedekking van de prothese minder is.

    Er zijn diverse factoren waar men rekening mee moet houden bij de bepaling van de positie van de prothese. Van belang hierbij is de grootte van de prothese, de mogelijkheid van kapselvorming, een eventuele lichte mate van verslapping van de borst, de hoeveelheid eigen klierweefsel en de locatie van de incisie. Er zijn geen vaste regels op te noemen waardoor de patiënt kan bepalen of in haar situatie plaatsing vóór de spier, achter de spier of dual plane te prevaleren is.

    Globaal kan men echter als richtlijn nemen dat als er bijzonder weinig borst- vet- of klierweefsel aanwezig is, in combinatie met een uitgangssituatie van zeer kleine borsten, plaatsing (gedeeltelijk) onder de pectoralis spier een fraaier resultaat zal geven. Bij vrouwen die een vrij grote cupmaat wensen, een lichte mate van verslapping in de borsten hebben en bij vrouwen die graag sport beoefenen, is plaatsing boven de pectoralis spier over het algemeen de juiste oplossing.

    Infecties na een borstvergroting

    top van de pagina
    Een infectie na een borstvergroting komt zelden voor maar als het wel gebeurt kan dit vervelende complicaties met zich meebrengen. Infectie treedt meestal binnen één tot twee maanden na de operatie op. Complicaties, zoals microbacteriële infecties, kunnen zich zelfs na één jaar of meer voordoen. Om een infectie te voorkomen geeft MediConsult tijdens de operatie via het infuus een antibioticum. De kans op een infectie is dan tot het minimum gereduceerd.

    Het ontstaan van een infectie komt vaker voor na een bloeding of na het ontwikkelen van hematoom. Een infectie treedt meestal maar in één van de borsten op. De meest voorkomende infectie is die van de staphylococcus aureus. De borst wordt dan meestal rood en gevoelig. Het is ook mogelijk dat er pus uit de wond komt. De patiënt kan koorts krijgen. De behandeling bestaat uit het tijdelijk verwijderen van de prothese, waarna de pocket uitgewassen kan worden met antibiotica. Wanneer de bacterie verdwenen is kan een nieuwe prothese in de bestaande pocket ingebracht worden. Dit gebeurt meestal na drie maanden. Als de prothese direct herplaatst wordt nadat de irritatie en infectie verdwenen zijn, is de kans op een nieuwe infectie vrij groot. Het is dan ook niet aan te bevelen om de prothese binnen 3 maanden na het genezen van de infectie, te vervangen door een nieuwe prothese. Niet elke infectie komt echter voort uit de staphylococcus aureus. Staphylococcus aureus is een veel voorkomende bacterie die bijvoorbeeld aanwezig kan zijn in de tepelkloven. Algemeen wordt aangenomen dat deze bacterie een van de belangrijkste oorzaken is bij het ontstaan vaneen infectie na een borstvergroting.

    Wanneer de patiënt dezelfde klachten heeft maar daarbij geen pijn voelt, kan men denken aan een bacterie pseudomonas. Deze bacterie kan irritatie opwekken rondom de zenuwuiteinden.

    Een andere zeldzame voorkomende bacterie is de mycobacterium fortuitum. Deze bacterie veroorzaakt slechts roodheid rondom de prothese. Over het algemeen zijn er weinig andere symptomen. De patiënten hebben meestal geen koorts. Bij één op drie patiënten kan men met wat pus aantreffen op de plaats waar de incisie plaats heeft gevonden.

    Bij vrijwel elke infectie is de behandeling gelijk. De prothese dient verwijderd te worden om de infectie te kunnen laten genezen. Na 3 maanden kan een nieuwe prothese ingebracht worden.

    Welke maat

    top van de pagina
    De gewenste afmeting van de borsten is natuurlijk een kwestie van persoonlijke smaak. Wel moet u er rekening mee houden dat borstvergroting vooral de maat en in veel mindere mate de vorm van de borsten beïnvloedt. Van tevoren bepaalt u samen met de chirurg welke cupmaat de operatie moet opleveren. De chirurg houdt de proporties en de harmonie van het totaalbeeld in het oog en zal u hierover adviseren. De mate van borstvergroting is afhankelijk van verschillende factoren. Zo kan de hoeveelheid ruimte, die onder de huid beschikbaar is, een beperkende factor vormen. Een cliënte met weinig borstweefsel en een fijne bouw zal zolang ze jong is nauwelijks loszittende of op te rekken huid rond haar borsten hebben. In zo'n geval is in eerste instantie slechts een beperkte borstvergroting mogelijk. Na zes maanden tot een jaar is een verdere borstvergroting mogelijk. De huid en de zachte weefsels rond de borsten hebben dan wat kunnen uitrekken, waardoor grotere prothesen kunnen worden gebruikt.